Dolfje Weerwolfje en de dialogen

schrijftip dialoog

Dolfje verstijft.
‘Wie zei dat?’
‘Wat?’ vraagt Timmie.
‘Ik hoorde niets.

Jij wel?’
Dolfje aarzelt even.
Hij schudt zijn hoofd.
‘Nee, ik dacht zomaar…’

[…]
Uit het huis komt een vreemd geluid.
Klagend, jankend, huilend…
Timmie kijkt Dolfje aan.
‘Muziek?’ vraagt Dolfje.
‘Kattengejank!’ zegt Timmie.
‘Rillingen over mijn lijf!
Stel je voor…’
‘Wat?’
‘Ik weet niet…
Stel je voor dat Krijtjes opeens naar buiten stormt.
Krijsend en gillend.
Een krankzinnige
weerpier!
Dat zou pas eng zijn!’ 

De zoon van Jet is totaal in de ban van weerwolven. Al maanden lezen we elke avond Dolfje Weerwolfje. Dit boek (MeerMonster) leest helaas nogal rottig voor omdat je in de dialogen heel vaak niet weet wie er aan het woord is. 

Elke zin begint op een nieuwe regel. Misschien is dit fijn voor beginnende lezers, maar het is vrij verschrikkelijk voor hun ouders. Want wij zijn – bewust of onbewust – gewend aan deze schrijfwet: 

Nieuwe spreker = nieuwe regel

Zo dus: 

Dolfje verstijft. ‘Wie zei dat?’
‘Wat?’ vraagt Timmie. ‘Ik hoorde niets. Jij wel?’

Dolfje aarzelt even. Hij schudt zijn hoofd. ‘Nee, ik dacht zomaar…’

Misschien werd het boek te dun als ze het zo zouden opschrijven. Of is het angstaanjagend voor kinderen, zo weinig ‘wit’ op de pagina. Of misschien lijkt het zo makkelijker voor de beginnende lezer.

Hoe dan ook, probeer het maar eens met je eigen dialogen als die in je boek voorkomen. Het fijne is dat je dan niet steeds zo nadrukkelijk hoeft te zeggen wie praat. Zolang duidelijk is welke twee mensen met elkaar in gesprek zijn, hoef je maar af en toe namen te noemen. 

En wie weet wordt jouw boek dan straks wél met plezier voorgelezen!


Zakelijk boek schrijven? Heb je ons gratis e-book al? Vijf vette valkuilen bij het schrijven van je businessboek geeft je een zet in de goede richting!

Misschien vind je dit ook leuk?